
Het verschijnsel elektrische lading is in de klassieke oudheid ontdekt door de Grieken, die ontdekten dat barnsteen, als het met een vacht was opgewreven, lichte deeltjes kon aantrekken. Het verschijnsel elektriciteit is dan ook genoemd naar de Griekse naam voor barnsteen. In de 18e eeuw werd elektriciteit zeer populair, onder andere door de gevaarlijke maar spectaculaire experimenten met bliksem door Benjamin Franklin.
Benjamin Franklin is het meest bekend als medeopsteller van de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring en de Amerikaanse grondwet, maar hield zich ook bezig met wetenschappelijke problemen en vooral met elektriciteit.
Hierin verwierf hij faam en erkenning bij collega geleerden over de hele wereld. Hij bewees onder andere dat bliksem ook een vorm van elektriciteit was, door zijn roemruchte vliegerexperiment in 1752 tijdens een onweersbui, en dat er positieve en negatieve stroom bestaat. Benjamin Franklin bond een metalen sleutel aan een vliegertouw gemaakt van hennepvezels, het onderste deel ervan bestaat uit zijde. Hij bracht de vlieger omhoog toen de bui voorbij was, werd het touw plotseling strak gespannen. Franklin hield zijn hand bij de sleutel en kreeg een flinke schok.
Gelukkig was het geen blikseminslag, dan had de wetenschapper het experiment niet kunnen overleven, maar als gevolg van het spanningverschil tussen de aarde en de wolken dat gewoonlijk de oorzaak is van de bliksem.
Hij kondigde direct aan dat het nu mogelijk werd gebouwen en schepen te beschermen tegen de blikseminslag door er een metalen staaf bovenop te plaatsen. De latere bliksemafleiders zijn een metalen netwerk over een gebouw, wat functioneert als een zogenaamde kooi van Faraday.
De kooi van Faraday is voor het eerst gemaakt in 1836 en vernoemd naar de uitvinder hiervan, Michael Faraday. De kooi van Faraday is de benaming van een kooivormige constructie van elektrisch geleidend materiaal zoals koper, ijzer of aluminium die er voor zorgt dat de elektromagnetische straling niet tot binnen de kooi kan doordringen.
Onweer is een elektrische ontlading tussen een elektrisch geladen wolk en de aarde. Deze ontladingen worden bliksemontladingen (blikseminslagen) genoemd. Deze bliksemontladingen kunnen materiële schade en brand veroorzaken aan een object. Om schade van deze bliksemontladingen te voorkomen past men bliksembeveiliging toe. Men onderscheidt 2 soorten beveiliging methodes;externe en interne bliksembeveiliging.
De externe bliksemafleider beschermt een object tegen directe blikseminslag. Directe blikseminslag is een bliksemontlading die zonder omwegen direct inslaat in een object en daardoor veel schade aanricht. Aan de buitenzijde van het te beveiligen object wordt een bliksemafleider installatie aangebracht, deze vormt dan een zogenaamde “Kooi van Faraday”. Deze bliksemafleiderinstallatie zorgt ervoor dat de bliksem-stroom van wel 30 tot 60 kA wordt afgeleid naar aarde en de schade tot een minimum wordt beperkt.
De werkzaamheden worden uitsluitend uitgevoerd volgens bepalingen die zijn vastgelegd in de Nederlandse Norm NEN 1014 voor bliksembeveiliging.
E zijn binnen de bliksembeveiliging vier verschillende typen te onderscheiden. LP1 tot en met LP4. LP3 is de standaard classificatie die veelal wordt gebruikt.
VBA Aalsmeer
RAI Amsterdam
ISC Odijk
VISA Diemen
Heerema Leiden
Politie Noord Holland
Modus Link Apeldoorn
EPO Rijswijk
ESA ESTEC Noordwijk
Shell NTC Amsterdam
Fabriek Wieger Ketellapper Sint Johannesga
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
